Tour d’espagne – Partie V: Sevilla – Sevilla.

February 15, 2008 – 12:54 am

Ondertussen heb ik Spanje verlaten. Met spijt in het hart, maar zonder tranen in de ogen. We hebben ons afgescheurd van de kolonie. Gisteren verlieten we Valladolid per Toyota en cruisden we doorheen bijna geheel Noord-Spanje, een 900-tal kilometer, naar Girona. Samen met Tine, Yolien en Mattias vlogen we net boven de laatste restjes Middellandse Zee en wittige wattige wolkige waterdamp. Het gerimpelde gelaat van het gevallen water blinkt in de felle zon, en af en toe werpt een wolkje zijn schaduw over vissoorten waar ik bij god het bestaan niet van afweet. Het bestaan van god, daar twijfel ik momenteel toch even over. Zoveel schoonheid kan toch niet ontstaan zijn bij toeval. En dan moet je nog geloven in toeval.

Enfin, waarom we dus niet Wenen. We Stockholmen. Ik wou door Frankrijk naar huis gaan met een camionette. Of liften. Maar niet rechtstreeks naar huis met het vliegtuig. Vliegen is een beetje teletijdmachinen, maar dan zonder tijd; telemachinen. Je stapt in. Je wordt geen millionair met ryanair. Je stapt uit. En je lichaam is er, maar de rest niet. Reizen is leuker traag. Niet dat ons huidige plan traag treint.

We zijn onderweg naar Zweden. Mattias had het idee opgevat dreeman te gaan bezoeken. Alias pinnenmans, alias pintjesmans, alias fonzie. Pintjesmans resideert al enkele weken in het noordelijke Stockholm. Een extra tripje kan er altijd bij. Zeker als ryanair een actie voert met tickets aan 10 euro. Dus, wij op weg naar Zweden. Maar foto’s volgen.

Ik moet dringend de /Tour d’Espagne/ reeks vervolgen. De herinneringen beginnen al wat te vervagen, en ik moet ze dringend neerpennen zodat ik ze later weer op kan rakelen. Dus hier gaan we: Dag 5: Sevilla – Sevilla.

Slapen op een luchtkasteel kan aangenaam zijn. Als het opgeblazen is. Idem voor een dubbele luchtmatras. Helaas. De dag wordt een beetje versuft ingeschakeld. Maar de liefde van de mens gaat door de maag. En een ontbijt in de Patio San-Eloy in Sevilla is een verrukking voor mens en maag. Ze serveren er heerlijke broodjes in een prachtig decor.


We trekken door de stad met de rolstoel. Mattias maakt een mooie val in de winkelstraat. Pardoes, dankuwel. Thomas en Jorg willen nog eens het kot bezoeken waar ze vorig schooljaar sliepen. En niet sliepen. Een huidige Italiaanse bewoner laat ons op het dakterras. Genieten van zon en uitzicht. Zo’n dakterras mag iedereen mij cadeau doen.

Duitsland-België wil ook hun voormalige kotbazin nog eens gaan opzoeken, voor een keer niet in boxershort. Katrin – Mattias – Pieter gaan het Alcazar bezoeken. De vorige keer dat ik dat deed, deed ik dat met Korneel. Om 12u. Terwijl het om 13u sloot. Het regende. En we hadden een kater. Ik had mijn studentenkaart niet mee en moest 7 euro betalen. Kortom, het zoog zwaar.

Deze keer was het licht anders. De zon scheen en ging gloedend onder. We waren in mooi gezelschap (waarmee ik uiteraard niet gezegd wil hebben dat Korneel geen mooi gezelschap is). Ik had mijn studentenkaart mee. En mocht gratis binnen. Het alcazar is prachtig in laatstgenoemde omstandigheden.

We trekken naar de rivier als de zon ondergegaan is, om te mediteren. Of eerder, om bier te drinken. Thomas is soms wat aan de luie kant. En vervoert flessen bier in rolstoelen van trappen. Er bestaan beter ideëen. Als een fles aan diggelen breekt loopt het bier er uit. Voor een mens is dat erg. Voor Jorg een ramp.


Het plan om alle coole cafés en restaurants van Sevilla aan te doen is al lang een illusie gebleken. Als laatste avondmalige stek wordt iets gekozen dat alleen maar aardappelen verkoopt. Maar dan giGANtische aardappelen, met allerlei vullingen. Lekkere vullingen.

Het avondplan is niet erg duidelijk vooraf. Achteraf ook niet trouwens. We beginnen de avond naar goede gewoonte in de zuipwijk (het ding heeft een naam, maar ik herinner me die niet. Ik vraag het aan Mattias, die zich treinattitudes aanmeet in een vliegtuig. Hij weet het ook niet, hij stelt /zuipwijk/ voor. Edit: ondertussen ben ik er weer opgekomen, ik meen dat het /Alfalfa/ was). Met tequila. Veel tequila. (niet voor mij uiteraard. Ik vier deze week de eerste verjaardag van mijn alcoholallergie-achtige toestand – voor de mensen die nog altijd niet op de hoogte zouden zijn). Jörg checkt of zijn stuk bar nog altijd aan hem toebehoort. Check.

Het is een druk café. Evenzo vorig jaar. Lang aanschuiven om bier. Nog langer aanschuiven voor tequila. Dus had Jorg er niet beter op gevonden dan een stuk van de toog te kopen. Voor een jaar. En het stuk was er nog.

Eens de feeststemming bereikt en de bar gesloten (beide feiten zijn niet oorzakelijk met elkaar verbonden) trekken we verder het Sevillaanse nachtleven in. Er schijnt een Reggeafuif te zijn in een discotheek. We komen er aan. Het ziet er snob uit. We trekken een café binnen aan de overkant. Gezellig, sfeer, niet veel volk. Iemand komt Jorg zijn telefoonnummer vragen. Wat niet ongebruikelijk is. Deze persoon is echter mannelijk. Na een hartstochtelijke groepsfoto wordt de sfeer wat raar bevonden. Niet slecht, eigenaardig. Als ons lodderig oog ook nog regenboogvlaggen in het snotje krijgt, wordt één en ander duidelijk. Het is best wel gezellig, maar de boel wordt gesloten. Dan maar naar de reggeapartydiscotheek.

Elementen: Eén gehandicapte. Eén rolstoel. Twee krukken. Enkele fuifanimalen. Een lange rij. Buitenwippers. Een discotheek met één stoel.

Gezien het feit dat een gehandicapte een rolstoel en krukken niet makkelijk kan combineren (of het moet al een weinig gehandicapte gehandicapte zijn) moest er een oplossing gevonden worden voor de rolstoel. Thomas, joviaal als altijd, even weinig gehandicapt als steeds, biedt aan de rolstoel te bezetten. Ik duw. We willen aanschuiven, helemaal achteraan in de rij. De fuifanimalen wijzen er ons op dat gehandicapten voorrang moeten krijgen. Dus wij naar de buitenwippers. Vriendelijke mensen. Ze openen speciaal de zij-ingang zodat de gehandicapte aan zijn sociaal leven kan werken. Wij rollen naar binnen. Waar we wel niet op gerekend hadden: de discotheek staat eivol. Geen probleem. Respect voor rolstoelpatiënten is nodig. Iedereen gaat dus in de mate van het mogelijke aan de kant om ons door te laten. Er is wat gedrum, maar ééns de rolstoel gezien, kijken de mensen vriendelijk, met een tikje medelijden naar ons bolleke. De persoon die in de éne stoel zit, staat het meubel vriendelijk af. Thomas lanceert zichzelf in het zitgestoelte. En dan.

Tjah ? En dan ? Ik geef Thomas de wijze raad geen vin te verroeren. Nee, ik beveel Thomas stil te blijven zitten, gezien mijn functie als rolstoelduwer en mogelijke rolstoelassociaties door de discotheekbewoners gemaakt.

Alles gaat goed. 5 minuten. Dan besluit Thomas om recht te staan. Ok, onopvallend. Echter. Dan besluit Jorg om Thomas zijn schouders te nemen, midden in boemvolle discotheek. Vol met mensen die net aan de kant gingen omdat rolstoel-thomas wou passeren. Dan besluit Thomas om Jorg op zijn schouders te nemen. Helaast niet naar de zin van de buitenwipper. Die Thomas gelukkig niet herkent. Anders in het buitengaan, als een andere buitenzwierelaar hem vraagt “hey knul, zat jij daarnet niet in een rolgestoelte ?”. Waarop wij het hazenpad kozen. Richting Marta’s kot. Richting dr. Oetker. Richting grappige conversaties met Jorg.

Post a Comment