Pinguinos 2008
January 18, 2008 – 12:37 pmIk weet het, mijn chronologie is officeel naar de knoppen. Ik vervolg binnenkort met de rest van de Tour d’espagne reeks, maar eerst wat foto’s van vorige zaterdag. Dan trokken Mattias en mezelf naar Simancas, een miniem dorpje op 15 kilomter van Valladolid.

In dat dorpje vond namelijk één van de grootste motofestivals van Spanje, en één der grotere dergelijke evenementen in Europa plaats. Pinguinos 2008. En dat vertaal je inderdaad als Pinguins 2008. Raar volk die Spanjaarden. Bijzonder eigenaardig volk, die Spaanse motards.

Volgens de site waren er zo’n 35000 motards en bezoekers, en dat was er aan te zien. Moto’s, moto’s, en nog veel meer moto’s. Een korte beschrijving: buiten het dorp ligt een gigantische weide met een enorm podium waar optredens plaatsvonden. Daarnaast een nog gigantischere kamping, in een bos. Spaanse motardfestivals staan duidelijk duizenden kilometers dichter van de ‘echte’ festivalroots. Dus, een bos. Waarin iedereen rondrijdt met moto’s. En iedereen kampvuren maakt met hout dat klaarlag. En daartussen tenten, veel tenten. Veiligheid: betrekkelijk weinig. Sfeer: betrekkelijk ongelofelijk veel.

Vriendelijke mensen ook, die motards. Absoluut geen klagen van. Ruige mannen, vrouwen in motorjassen, altijd bereid tot een babbel. Voornaam, beleefd, en doorgaans ouder dan 40 jaar. Vriendelijk, bij omzeilen van de ingang (wat niet bepaald moeilijk is, gezien de Spaanse nonchalance. Er staat één inkomstpoort. Maar dat is ook alles. Voor de rest wandel je er gewoon rond.) kregen we meteen elk ongeveer 20 condooms in onze handen gestopt. Met de melding “follar ahi” (”poepen, daar”) met een veelbetekende knipoog en een vinger die richting camping wijst. Vriendelijk. Persjournalistisch als we zijn trokken we meteen naar de tent van de organisatie. Waar we ons - uiteraard - uitgeven voor Belgische journalisten. En waar we - uiteraard - direct twee perspasjes krijgen. Stoer. Goed voor de status. En vooral: vriendelijk.

Motars houden van het leven. Een beetje zon, veel bier, een zwijn aan het spit, een vrouwmens, een deuntje, ronkende motoren en verstikkende uitlaatgassen, meer moet dat niet zijn. En dat is er ook aan te zien: overal vriendelijke mensen, met zeeën van tijd, gemoedelijk, op weg naar nergens.

Jammergenoeg moesten we onze bus terug naar Valladolid halen, zodat we de optredens en de wilde feesten die daarna plaatsvinden niet konden meemaken. Spijtig. Maar een andere keer: graag !

Toch enkele nadelen: een festival in januari brengt meestal mee dat het koud is. Ijskoud. Zeker in de buurt van Valladolid waar de temperaturen het vriespunt benaderen. Maar misschien is dat de bedoeling, ik zie ze al zweten in hun motofrakskes bij 40 graden. Ook: weinig jongeren, praktisch geen. Ook: weinig vrouwen, praktisch geen. En als ze er al zijn, lopen ze naast een potige, bebaarde tientonner (baby, leave the biker, leave the biker, break his heart). Voor de rest: niks dan sfeer, veel ! Dit alles doet me lichtjes vermoeden dat zomerfestivals in Spanje zalig zijn.
ps.: er zitten enkele schijtfoto’s bij trouwens, waarvoor mijn excuses, ik had blijkbaar niet zo’n goeie fotodag.











