Tour d’espagne, partie II: Toledo – Consuegra - Embalse de Guadalén – Ubeda – Granada
December 19, 2007 – 2:02 pmDag twee, oftwel, wakker worden met bevroren tenen. En enkele luttele seconden later bijna vermoord worden. Door het enige attribuut in de goedkope hostalkamer aanwezig, de kast en de wastafel met net-niet-bevroren water buiten beschouwing gelaten. Het kruisbeeld. Dat naar beneden dondert. En dat op een zondag.
Om dit slechte voorteken enigszins te compenseren trekken we naar de kathedraal van Toledo, het gigantische magnum opus van de gotiek op het Spaanse schiereiland. Om het slechte voorteken nog meer te compenseren trekken Mattias en mezelf naar de eucharistieviering. We zijn ietwat te laat, en Japanse toeristen worden geweigerd. Maar iemand in een rolstoel die vraagt om de misviering bij te wonen wordt uiteraard niet geweigerd. Zo wordt duidelijk dat gehandicapten ook voordelen met zich meebrengen. In katedralen en in discotheken, maar daarover later meer.
Enigszins frappant is dat de katedraal gi-gan-tisch is, maar de mis plaatsvindt in een afgesloten hokje van enkele vierkante meters. Ik had verwacht dat de vieringen hier met veel meer uitbundigheid en plichtplegingen gepaard gingen, maar het komt eigenlijk gewoon neer op een letterlijke vertaling van de Belgische variant.


We keren terug naar de wagen, waar we afgesproken hebben met Joachim, die de hele nacht filosofische gesprekken gevoerd heeft met onze klasgenote. Het eerste wat hij doet, en enige wat hij deze dag dan ook zal presteren, is in rare poses rust proberen te vinden op de achterbank.

De vriendelijke toerismeman heeft ons een dorp aangeraden ten Zuiden van Toledo, Consuegra. Een typisch boerendorp, zoals er duizenden zijn in Spanje. Ware het niet dat er midden in het dorp een gigantische berg ligt, met daarop een kasteel. Wat niet bijzonder uniek is. De regio heet dan ook niet voor niks Castilia. Het lijkt alsof er bij de verdeling van de kastelen over de wereld er plots een hondertal overbleven, en ze die dan maar her en der in Castilia neergepoot hebben. Wat wél de moeite waard is aan het dorp en de heuvel, zijn de vele poetische witte molens, die overal als symbool gebruikt en misbruikt worden voor de Don Quijote. Wat trouwens het meest vertaalde boek na de bijbel is – bij deze heb ik ook weer mijn weetje van de dag meegegeven.


We rijden de berg op, aanschouwen de molens, bezoeken het kasteel niet, en gaan op zoek naar iets eetbaars. Terwijl Joachim rustig verderknort op de achterbank degusteren Mattias en uw nederige annaalschrijver een lokaal menu.


Aangezien de GPS in geen verste verten te bespeuren valt, neemt Mattias nog steeds de rol van co-piloot, navigator en fotograaf-on-the-road op zich. Zijn visies over oriëntatie zijn geniaal, maar niet altijd in overeenkomst met de kaart. Zo oppert hij het idee dat we de snelweg moeten verlaten om een meer te gaan bezoeken. Altijd openstaand voor mooie panorama’s en meerminnen stem ik in. Helaas loopt één en ander fout waardoor we eerst helemaal omheen het meer rijden. De stemming in de auto wordt ietwat grimmiger, maar de sprookjesschrijver verdwijnt als sneeuw voor zonneschijn we bij de waterplas aankomen.
Situatieschets: een meer, in the absolute middle of nowhere. Omringd door bergen, aan een kant afgesloten door een soort van stuwdam. In het midden van het meer staat een betrekkelijk grote toren, verbonden met de oever met een betrekkelijk grote brug. De functie van deze toren blijft tot op heden absoluut onduidelijk. De brug is ook verboden gebied voor ieder levend wezen. Maar wij hebben nood aan een brugpint, dus klimmen we even over het hek om van de rode tinten van de zonsondergang over het meer te genieten. Geen slechte keuze.




Het ideale moment ook om aan mijn brugfetish te werken. Dit jaar heb ik om onduidelijke reden de neiging om mezelf te laten fotograferen, al springend op architecturaal verantwoorde brugbouwsels. De resultaten zijn bewaard gebleven voor het nageslacht:







De nacht valt neer, en we besluiten verder te gaan, we hebben nog een 150 kilometer voor de boeg. De copiloot oppert echter, in overeenstemming met de inhoud van zijn Trotter, dat we ‘even’ langs Ubeda moeten omrijden, een stad waarvan een deel beschermd UNESCO werelderfgoed is.
We vinden de stad. De stad is lelijk. We vinden het werelderfgoed niet erg vlot. We zijn het een beetje beu. Het is donker. Het is moeilijk werelderfgoed te aanschouwen als het donker is. We rijden door een wijk die volgens de Trotter prachtig zou moeten zijn. We zijn het nog meer beu. We gaan op zoek naar eten. We stoppen bij een broodjeszaak. Ze blijken geen broodjes te verkopen. We stoppen bij een andere broodjeszaak. Ze blijken nog minder broodjes te verkopen. We zijn het helemaal beu en rijden door naar een volgende stad waar we pizza’s kopen om die vervolgens in de auto te nuttigen.
Granada lonkt. Stad van het Alhambra, stad van het Albaicin, stad van zigeuners, stad van ongelofelijk kutverkeer. Gelukkig ook de stad van Tine, onze klasgenote die er samen met haar vriend resideert. Ze slaagt erin ons behoorlijk goed de juiste weg uit te leggen. We slagen er min of meer in de juiste weg vlot te vinden, met dank aan de CD met relaxerende klassieke muziek die speciaal voor de gelegenheid meegenomen werd.
We parkeren de auto aan de voet van het Albaicin, in een wirwar van kleine straatjes min minieme afmetingen. Tine en Henny verwelkomen ons enorm vriendelijk in hun huisje. Ze moeten ongeveer het tofste kot hebben dat ik ooit zag. Niet omwille van de oude, maar gezellige gebouwtje. Maar. Om. Het. Uitzicht ! Hun kot staat op de flank van een heuvel en heeft een prachtig dakterras dat een adembenemend uitzicht biedt over Granada - zie onderstaande foto. Daarenboven hebben ze een heuse piano staan. Ik heb genoeg aan een brugfetish, dus een piano is voor mij niet meer dan een aardig stuk meubel waar af en toe muziek uitkomt. Maar Mattias is de vermaarde pianist van de nog meer vermaarde band Krankshaft (http://www.myspace.com/krankshaftmusic). Hij zag al bijna drie maand geen pianoding meer, en is bijzonder in zijn nopjes.

Als je de zaken achteraf even neerschrijft, sta je versteld wat je in één dag zo allemaal kunt doen. Bijna sterven, naar de mis gaan, molens bezoeken, rustig eten, aan je bruggenfetish werken, vloeken op Unesco erfgoed, en ondertussen nog zo’n 450 kilometer rijden. Om de dag in rust af te sluiten beklimmen we het dakterras met enkele lokale bieren. Filosoferend kijken we uit over Granada. En we zagen dat het goed was. Om ons gastkoppel te bedanken voor zoveel gastvrijheid besluiten we de volgende dag stoofvlees te bereiden. We gaan waarschijnlijk niet op tijd wakker zijn om het hen te melden, dus brengen we de boodschap cryptisch over. Op de koelkast. Wat ons nog enig jolijtig puzzelwerk bezorgt. Alweer een dag om te koesteren.

One Response to “Tour d’espagne, partie II: Toledo – Consuegra - Embalse de Guadalén – Ubeda – Granada”
Of hoe de meest idiote ideeen toch soms de simpelste kunnen zijn. En wees blij, jullie hadden de beste gidsen van Sevilla en Salamanca. Joerg en ik zijn dan wel niet zo goed in het rondleiden, Marta daarentegen neemt de rolstoel aan de hand en gidst. Met vuur en overtuiging.
Op de kaart ziet het er inderdaad een mooi tourtje uit. Ik vond het in ieder geval weer een memorabele 5 daagse. Het was emotioneel Sevilla eens terug te zien, tof om nog eens te gaan vreten in Salamanca, en boeiend om de Belgische enclave in Valladolid te zien.
Toffe mensen en een goeie sfeer, profiteer er daar met volle teugen van in de mooiste stad van Spanje
en nu: Part III
By thomas on Dec 21, 2007